Bij de start van de zomervakantie komt – vrij verrassend – een nieuwe on-line restaurantgids uit, met daarin een lijst van de beste gourmet casual-restaurants in Europa. Kwalitatief hoogstaande restaurants en bistro’s die toch betaalbaar blijven. Wij gingen op zoek naar de Belgische namen in de lijst en legden de initiatiefnemer op de rooster.

Opinionated About Dining (AOD) startte ooit als een blog van frequent restaurantbezoeker Steve Plotnicki, maar groeide uit tot een alternatieve on-line restaurantgids, gebaseerd op de feedback van gepassioneerde foodies en restaurantbezoekers: mensen wiens hobby het is om even over en weer naar Girona vliegen om er te gaan dineren in El Cellar de can Roca of zakenlui die (beroepshalve) de wereld afreizen en daarbij van de gelegenheid gebruik maken om de grote keukens te gaan bezoeken. Aanvankelijk waren het vooral vrienden van Plotnicki zelf, een handvol verwante zielen, die voor de feedback zorgden, maar ondertussen zijn het er al meer dan vijfduizend zodat AOD ondertussen geruggesteund wordt door een database van liefst 16.000 restaurants en eethuizen.

Vandaag, dinsdag 20 juni, is zonet een nieuwe OAD-lijst online gegaan: de OAD Top 100+ European Gourmet Casual Restaurant List. Die 100+ slaat op het feit dat de lijst eigenlijk 200 restaurants bevat. Bij ‘gourmet casual’ kunt u zich zelf ook wel iets voorstellen. De lijst wordt aangevoerd door Ganbara uit San Sebastian, met nog twee andere Spaanse zaken in de top 4, gevolgd door enkele Parijse neo-bistro’s.

En de Belgen? Hoogst genoteerd staat de Gentse Superette van Kobe Desramaults (51), gevolgd restaurant Bruut (76) van Bruno Timperman in Brugge. De derde en vierde, La Buvette (134) en SAN van Sang-Hoon Degeimbre (157) in Brussel vallen we al buiten de top 100 en Veranda (190) van Davy Schellemans in Antwerpen haalt nog net de lijst. (Foto’s hiernaast in volgorde van vermelding.)

Exclusief voor Culinaire Ambiance legde Plotnicki het concept van de nieuwe gids uit. “Restaurants kun je opdelen in drie categorieën: fine dining, gourmet casual en wat ik cheap eats noem. Maar een lijst die deze categorieën zou volgen, werkt niet. Er zijn altijd goedkope restaurants die op het vlak van kwaliteit en beleving eigenlijk in de fine dining thuishoren. Daarom dat ik voor deze lijst een financiële grens heb getrokken, met restaurant waarvan de duurste menu niet meer kost dan €75 en waarvan je à la carte een ruim aanbod hoofdgerechten vindt in de prijscategorie van €20 tot €30.

 

De lijst komt uit vlak voor de start van de zomervakantie. Toeval?

Steve PLOTNICKI: “Toeval bestaat niet. Het staat vast dat veel mensen bij de keuze van hun vakantiebestemming, rekening houden met het culinaire aanbod ter plaatse. En op vakantie ben je wellicht geneigd om eerder casual te gaan eten, dan in een driesterrenzaak. Dus ja, ik ga er een beetje vanuit dat mensen op vakantie de nieuwe lijst wel gaan hanteren. Maar dit gezegd zijnde: dat de lijst er nu pas komt, heeft er vooral mee te maken dat ik er nu pas voldoende data voor heb.”

Hoe komt dat?

“Omdat mijn reviewers nu eenmaal geneigd zijn om vaker in de absolute topzaken te gaan eten. Je vliegt niet over en weer naar Barcelona om tapas te gaan eten. Een van mijn belangrijkste Belgische reviewers reageerde zelfs een tikkeltje teleurgesteld toen ik hem zei dat deze lijst er zat aan te komen. ‘Jammer, als ik dat geweten had, was ik vaker gourmet casual gaan eten.’ Tja… Ik heb mijn reviewers nochtans altijd aangemoedigd om me ook feedback te geven over dit soort restaurants.”

Zijn mensen die gewend zijn om in driesterrenzaken te gaan eten wel goed geplaatst om feedback te geven over een restaurant waar het niveau net dat trapje lager is?

“Absoluut. Een heel goede vriend van mij is een wijnverzamelaar. Door de jaren heen heeft hij de meest delicate wijnen kunnen proeven. Het is juist omdat hij al die uitzonderlijk goede wijnen geproefd heb, dat hij ook de goede flessen van 10 euro er kan uithalen, doordat hij er op een of andere manier een echo van die uitzonderlijke wijnen in herkent. Zo is het met mijn reviewers ook. Het is juist omdat ze zo’n rijke ervaring hebben met de absolute topgastronomie, dat ze een vleugje magie in een goedkoper restaurant meteen zullen herkennen. Het zijn mensen die kwaliteit herkennen. Maar ik maak me geen illusies, hoor. Er gaat sowieso commentaar komen op deze lijst.”

Als je de lijst analyseert, kom je tot interessante vaststellingen. Bijna de helft van de adressen is in Londen (47) of Parijs (45).

“De lijst steunt op vier pijlers: tapas en small plates in Spanje, gastro pubs in Engeland, wat inderdaad een opkomende trend is met veel Israëlische chefs, neo-bistrostijl in Parijs en trattoria, zowel traditioneel als hedendaags, in Italië.”

Is dat dan de toekomst van de gastronomie in Europa?

“Dit soort zaken hebben een plaats in het gastronomisch landschap en hun belang wordt onderschat, daarvan ben ik overtuigd. You can’t live on fine dining alone. Als ik weg van huis ben, moet ik – het ontbijt niet meegerekend – twee keer per dag eten. Je kunt niet twee keer op een dag naar Hof van Cleve, hé. Dus ga je ’s middags op zoek naar iets casuals. Zo ben ik vandaag hier terechtgekomen (in InVINcible in Antwerpen; red.). Een restaurant dat de lijst niét gehaald heeft, maar dat er absoluut z’n plaats in heeft.”

Ook als je de lijst van de gourmet casual naast die van de fine dining restaurants legt, kom je tot opmerkelijke vaststellingen. Zo telde de Fine Dining-lijst van 2016 liefst 18 Belgische restaurants, terwijl er ‘maar’ vijf staan in het nieuwe gourmet casual-overzicht. Mag ik daaruit afleiden dat in België de top van de gastronomische piramide breder is dan de basis?

“Dat lijkt me vergezocht. Zoals ik eerder al zei, bestaat mijn team vooral uit foodies, die bij wijze van (dure) hobby de wereld afreizen om lekker te gaan eten. Je reist niet naar de andere kant van het continent om tapas te gaan eten. Als ik naar Vlaanderen ga om te eten, ga ik naar Kobe Desramaults. Of naar Hof van Cleve. Of EscabècheBenoit en Bernard Dewitte… Zo is het met mijn reviewers ook: van de vijf keer dat ze in het buitenland gaan eten, zal dat vier keer fine dining zijn en misschien maar één keer casual. Of draai het om: wie naar Antwerpen reist, doet dat niet in de eerste plaats om restaurants te gaan bezoeken, maar om  Rubens te gaan bewonderen in de kathedraal, om het modekwartier te bezoeken… vul zelf maar aan. En als hij er dan toch is, en hij is een foodie, zal hij misschien een tafel reserveren in ’t Zilte want dat kent hij van de michelingids. Maar hoe zou hij in godsnaam moeten weten dat je hier in InVINcible fantastisch kunt eten? Ik had er zelf nog nooit van gehoord. Dit is nu eenmaal het soort restaurants dat makkelijk over het hoofd gezien wordt. Hoe groter de stad, hoe meer gastronomische toeristen die aantrekt, hoe groter de kans dat deze fantastische gourmet casual restaurants toch opgemerkt worden. Zoals in Londen, Parijs of San Sebastian en Barcelona (elk 13 restaurants in de lijst; red.) of Kopenhagen (12 in de lijst; red.). Dat is de reden waarom een soortgelijke casual gourmet-lijst in de Verenigde Staten (Plotnicki is van New York; red.) niet werkt, ondanks het ruime aanbod: nobody gives a damn! Iemand uit Ohio gaat niet naar Kansas om er casual te gaan eten. Nog een voorbeeld: onlangs moest ik naar Wenen en ik was op zoek naar een paar casual adresjes. ‘Probeer anders Plachutta eens’, zei mijn Oostenrijkse pr-vertegenwoordiger. ‘Beste schnitzel- en bouillirestaurant (tafelspitz, gerecht met in bouillon gekookt vlees; red.) van Wenen.’ Al die andere mensen, aan wie ik die vraag eerst ook gesteld had, antwoordden in koor: ‘Natuurlijk, ja: Plachutta!’ Dit soort restaurants wordt al te vaak over het hoofd gezien. Om die restaurants die steeds maar vergeten worden, toch beter in de lijsten vertegenwoordigd te zien, zou ik de reviewers bijna moeten vragen om vooral lokaal te gaan werken, maar dat zou hun visie versmallen. Ik wil juist dat elk van mijn reviewers die internationale focus behoudt, dat hij weet wat er in de wereld gebeurt.”

Klik hier om de lijst te bekijken.