België eindigde op een bijzonder verdienstelijke negende plaats in de Bocuse d’Or. Stiekem blijven we dromen van een nieuwe medaille, maar als je weet welke geoliede machine er achter het Amerikaanse team zat, en vooral over welk waanzinnig budget de winnaar van 2017 kon rekenen, dan zinkt de moed je toch in de schoenen.

“Tien jaar geleden heb ik Monsieur Paul beloofd dat wij ooit op het hoogste schavotje van de Bocuse d’Or zouden staan”, zei Thomas KELLER woensdagavond, na de proclamatie van de winnaars van de meest prestigieuze gastronomische wedstrijd ter wereld.

De man heeft woord gehouden. Keller is niet alleen de leider van de Amerikaanse Bocuse d’Or-delegatie, hij is ook chef en eigenaar van het prestigieuze New Yorkse restaurant Per Se. Team USA bestond verder uit de 33-jarige chef Mathew PETERS, tot voor kort executive sous-chef van Per Se en commis Harrison TURONE, 21, die recent óók aan de slag was in het roemruchte restaurant.

VEELVULDIG GELAUWERD

Voor wie het restaurant uit het Warner Time Center niet zou kennen: Keller startte het op in 2004 en bij de allereerste editie van de Michelingids voor New York, in 2006, debuteerde Per Se meteen met drie sterren. De VS in zijn totaliteit telt trouwens slechts zeven driesterrenrestaurants – maar dit terzijde.

Andere meldenswaardige vermeldingen zijn die in de alternatieve gids Zagat, die het restaurant uitriep tot het tweede beste van New York en het beste van New York met een Amerikaanse keuken. De New York Times bedacht het restaurant met vier sterren op vier.

HOEZO, SLORDIG?

Groot was dan ook de verbazing toen diezelfde krant Per Se een jaar geleden met een striemende kritiek bedacht: slordige keuken, onverschillige bediening en een desastreuze prijs-kwaliteitsverhouding.

Vooral die kritiek van slordigheid was verbazend, want Keller stond tot dan juist bekend om zijn oog voor detail. Om je een idee te geven: ooit huurde hij een balletdanser in om z’n zaalpersoneel te leren zich gratieus tussen de tafels te bewegen.

GEEN VERRASSING

Het is dus diezelfde Thomas Keller, met (ex-)personeel van datzelfde Per Se dat nu de hoofdprijs heeft behaald in een concours waar oog voor detail het allerhoogste goed is en waar slordigheid ongenadig wordt afgestraft.

Het ziet ernaar uit dat Keller, nadat de Verenigde Staten vorig jaar als tweede eindigde, niets aan het toeval heeft overgelaten. Zowel Peters als Turnone namen een jaar vrij om zich voor te bereiden op deze competitie. Hun coach, Philip TESSIER kende als zilveren-medaillewinnaar vorig jaar het klappen van de zweep.

HET TEAM VAN 4,5 MILJOEN

We hebben het in onze verslaggeving over de Bocuse d’Or al vaker gehad over de overheidssteun die met name de Scandinavische teams genieten, waardoor hun palmares het soortelijk gewicht van hun keuken overstijgt.

Team USA van zijn kant heeft geen dollarcent steun ontvangen, beweert Keller. “Volgens mij kennen onze politici ons niet eens”, aldus de chef.

Zelfs voor wie niet wist dat het team een jaar fulltime is bezig geweest met de voorbereiding van de wedstrijd, of dat het team al een week van tevoren in Lyon aanwezig was, had aan een blik op de kunstige schotel genoeg om te beseffen dat achter dit team enorm veel geld zit.

Dat geld blijkt allemaal van privésponsors te zijn gekomen, die samen naar verluidt het duizelingwekkende bedrag van 4,5 miljoen dollar bij elkaar hadden gebracht.

ONGELIJKE WAPENS

Als je dan hoort dat er in België een hoerastemming heerst omdat minister Ben WEYTS een half miljoen heeft vrijgemaakt om twee teams op te richten voor een periode tot zeker 2020, dan besef je dat Peter AESAERT en Michelle BOONE met ongelijke wapens hebben gestreden.

Maar ook daar hoort een bedenking bij. “Het klopt dat het een strijd met ongelijke wapens was”, aldus Ambiance-medewerker en bronzen-medaillewinnaar van 1993 Guy VAN CAUTEREN

. “Maar met superieure wapens ben je niets als je ze niet weet in te zetten.”