Nieuws

Vlaanderen wordt tweede in knotsgekke gastronomische wedstrijd

Een team van zeven gastronomische toppers uit Vlaanderen – acht met kapitein Bart De Pooter erbij – heeft in extremis de duimen moeten leggen tegen hun Waalse tegenstanders in een knotsgekke gastronomische wedstrijd, the Belgian Cup of Cuisine.

De Cup of Cuisine is een wedstrijdformule die afgelopen weekend voor het eerst in Europa betwist werd, maar die in Azië een razend populaire televisieformat is. Ergens begrijpelijk: in vergelijking met andere gastronomische wedstrijden is de competitieformule veel duidelijker en is ze ook makkelijker voor het publiek te volgen. In de Cup of Cuisine strijden de teams echt tégen elkaar (en de tijd), terwijl het in de klassieke gastronomische wedstrijden toch vooral een strijd tegen jezelf is.

Het gaat ook enorm snel vooruit. Elke wedstrijd duurt zo’n twee uur en in die tijd geven de teams zoveel mogelijk gerechten door aan dertig juryleden, waardoor er geen dode momenten zijn.

De eerste Belgian Cup of Cuisine speelde zich af op pinkstermaandag met drie teams: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Elk team bestaat uit acht leden, waaronder één kapitein, vijf chefs en twee patissiers.

De teams bekampen elkaar in een toernooipouleformule in wedstrijden van telkens twee uur. Met dus in totaal drie duels. Het eerste duel ging tussen Vlaanderen en Brussel, het tweede tussen Brussel en Wallonië en de slotkamp ging dan tussen Vlaanderen en Wallonië.

Per doorgegeven gerecht (voor telkens dertig juryleden, die blind proeven) zijn er punten te verdienen. Op die manier is er voor elk afzonderlijk duel een winnaar en een verliezer. Door de punten van de aparte duels bij elkaar op te tellen, wordt dan de uiteindelijke winnaar aangeduid.

Het verloop van de wedstrijden is op z’n minst ‘speciaal’ te noemen. Het begint al bij de start van elk duel: de teams kiezen vooraf zeventig ingrediënten en daarvan mag de tegenpartij er vervolgens zeven afpakken om zo de rivaal te saboteren. Een beetje zoals in De Mol, maar dan open en bloot.

Vervolgens gaan de teams aan de slag. De wedstrijd duurt twee uur en in die tijd moeten de teams zoveel mogelijk punten zien te verzamelen, door gerechten door te geven aan de jury.

Pikant detail: er mag maar één ploeg tegelijk aan de centrale tafel waarop de gerechten gedresseerd moeten worden. Het komt er dus op aan om die tafel op te eisen.

Zodra een team zo goed als klaar is met een bepaald gerecht, mag ze aan de tafel en heeft ze drie minuten tijd om te dresseren en door te geven. Daarop kan het andere team de beurt overnemen, als ze binnen de 5 seconden de tafel opeisen.

Zijn ze niet op tijd klaar, dan vervalt hun beurt en kan het eerste team aan de beurt blijven – op voorwaarde natuurlijk dat ze zélf klaar zijn met hun volgende gerecht. Op die manier wordt het spel strategisch gespeeld, waarbij een team erop kan gokken om vroeg in de wedstrijd snel verschillende gerechten kort na elkaar klaar te presenteren. Zelfs als die niet zo heel veel punten opleveren, maar het andere team kan niet volgen, dan blijft het ene team aan de beurt om zo toch een puntenvoorsprong op te bouwen.

Op die manier had het Vlaamse team rond kapitein Bart DE POOTER, die het concept in een lichtjes andere vorm kende van een eerdere deelname in China, de eerste wedstrijd tegen Brussel gewonnen. En ook in de allesbeslissende derde wedstrijd tegen Wallonië namen de Vlamingen een vliegende start.

Uiteindelijk hadden Wallonië een goede eindsprint in huis, waardoor ze in extremis toch nog het gat wisten dicht te fietsen en uiteindelijk de allereerste Belgian Cup of Cuisine wisten te winnen.

Het Vlaamse team bestond uit kapitein Bart De Pooter en chefs Edwin MENUE (Cuines 33), Huibrecht BERENDS (Bun), Frederic CHABBERT (Dôme), Olivier DE VINCK (Kommilfo) en Frederic CHASTRO (Soma) en chef-patissiers Christa MUYLDERMANS (Marijn Coertjens) en Nicole SCHELLEKENS (Rosch).

Geen commentaren

Laat een commentaar na

Misschien bent u ook geïnteresseerd in