Mechelse koekoek

Mechelse koekoek
27 juni 2019 Wim Putzeys
Mechelse Koekoek

De Mechelse koekoek, ook wel Mechelse hoen genoemd, is een Vlaams kippenras uit de regio van Mechelen. Het ‘koekoek’ in de naam verwijst naar de kleuren en het patroon van het verenkleed. De kop is breed, zwaar en stevig met oranjerode ogen. De witte snavel is kort, maar krachtig. De kleine kam staat rechtop met vier tot zes regelmatig gevormde kamtanden.

Deze stevige vleeskippen (een volwassen mannetje kan meer dan vijf kilo wegen, een hennetje 3,5 à 4,5 kilo) zijn rustig van aard. Ze kunnen niet goed vliegen, waardoor ze vrij in de open lucht gekweekt kunnen worden. Dat ze vrij mogen rondscharrelen, pas op latere leeftijd worden geslacht en aangepaste voeding krijgen, zorgt voor kwaliteitsvlees met een uitgesproken smaak.

Midden negentiende eeuw was de Mechelse koekoek (toen nog bekend onder de naam Brussels kieken) één van de meest populaire vleeskippen ter wereld. Vanaf de twintigste eeuw naam het succes helaas af door andere opkomende rassen. Sinds de jaren negentig is dit mooie ras gelukkig weer in ere hersteld en zijn er weer kwekers die zich specifiek op de Mechelse koekoek toeleggen.